« terug naar het overzicht

Arbeidsmarktpositie van leerlingen uitgestroomd uit het praktijkonderwijs

5 december 2017
Ruim 6.000 leerlingen verlaten jaarlijks het praktijkonderwijs (pro). Iets meer dan de helft gaat door in ander onderwijs, waarvan het grootste deel naar mbo 1 en mbo 2. Iets minder dan de helft stroomt dus uit het onderwijs. Voor deze groep 'uitstromers uit het pro' wordt de arbeidsmarktpositie beschreven.

Voor de uitstromers uit schooljaar 2013/2014 geldt dat ruim de helft (52,4%) direct na schoolverlaten een uitkering had (met al dan niet daarnaast werk). Iets minder dan de helft (47,1%) had direct na schoolverlaten werk (met al dan niet daarnaast een uitkering).

Bij de uitstromers uit schooljaar 2014/2015 is het aandeel met een uitkering met 33,0 % een flink stuk kleiner. De invoering van de nieuwe Wajong in 2015 speelt hierbij een belangrijke rol. Hierdoor hebben minder uitstromers recht op een uitkering dan voorheen. Het aandeel met werk is in 2015 gestegen naar 53,8%.

Door de toename van het aandeel uitstromers met werk en de afname van het aandeel met een uitkering is vooral de groep met alleen werk (geen uitkering) groter geworden. De groepen met alleen een uitkering of met werk en een uitkering zijn kleiner geworden.

Zowel bij mannen als vrouwen die uitstromen vindt het grootste deel werk. Dit aandeel is groter bij mannen dan bij vrouwen. Van de mannen die uitstroomden uit het pro had bijna de helft (49%) in 2015 direct na uitstroom uit het pro alleen werk (geen uitkering). Onder vrouwen is dit aandeel met 37% lager. Vrouwen hadden vaker alleen een uitkering (28%) of geen werk en geen uitkering (26%) dan mannen (21% en 20%).


Van de leerlingen die uitstroomden uit schooljaar 2015/2016 had ruim de helft (52,4%) direct na uitstroom alleen werk als werknemer (geen uitkering). Ruim een kwart (25,5%) had geen werk als werknemer en geen uitkering. Ongeveer een vijfde (19,4%) had direct na uitstroom uit het pro alleen een uitkering. Met 2,7% is de groep die werknemer was en een uitkering had het kleinst.

Onder mannen was het aandeel dat alleen werknemer was met 56% groter dan onder vrouwen (46%). Vrouwen hadden relatief vaak geen werk als werknemer en geen uitkering: 28% van de vrouwen vergeleken met 24% van de mannen. Hetzelfde geldt voor het aandeel dat alleen een uitkering had: dit was 23% bij de vrouwen en 17% bij de mannen.

Deze gegevens over 2016 betreffen voorlopige cijfers. Werknemers in het buitenland, zelfstandigen en bepaalde uitkeringen konden nog niet worden meegenomen. Om die reden zijn deze cijfers niet vergelijkbaar met de definitieve cijfers over 2015.

 Van de pro-uitstromers na schooljaar 2013/2014 had iets minder dan de helft (47,1%) direct na uitstroom werk (al dan niet gecombineerd met een uitkering) en had ruim de helft (52,4%) een uitkering (al dan niet gecombineerd met werk). 1 jaar later, in 2015, is het aandeel met werk onder hen ruim 7%-punt groter. Ook is het aandeel van hen dat een uitkering heeft 8%-punt gestegen.

De toename van het aandeel met een uitkering heeft onder andere te maken met de leeftijdsopbouw. Degenen die het pro op 17-jarige leeftijd verlieten hadden direct na uitstroom geen recht op een uitkering. 1 jaar later, op 18-jarige leeftijd, kwamen ze wel in aanmerking voor een uitkering.

Bron: Onderwijsincijfers

Aanmelden kandidaat

Wil jij dat wij op zoek gaan naar een vacature die bij jou past? Meld je dan aan via onderstaande button.
 

Volg ons op social media

Wil je op de hoogte blijven van onze vacatures? Volg ons dan nu via: